Voor échte beweging!

Markendoel 37
7339 JA UCHGELEN

Harald@Deuscoaching.nl

SNOEIEN – Wat mag jij loslaten?

Terwijl ik de takken wegknip, valt de metafoor bijna vanzelf in mijn gedachten. Het snoeien als beeld voor het leven. Hoe, wanneer een seizoen voorbij is, ook wij terug mogen knippen wat te lang gegroeid is. Oude takken weg. Het stevige gestel weer zichtbaar maken.  Terug naar de basis, ruimte creëren. Hoe we soms door het kale, gure seizoen heen moeten voordat er weer knoppen durven te verschijnen. En in de lente, na het verlies, na het opruimen, kan er opnieuw worden uitgelopen, kan er nieuw blad komen, nieuwe vrucht, nieuwe bloei.

Hoe dat snoeien ook een klus kan zijn die je uitstelt. Omdat je er geen zin in hebt, omdat de waan van de dag je voortdrijft en je er niet aan toe komt, omdat het je te veel moeite kost. En dan kan het zomaar zijn dat erg scheefgroei ontstaat. Dat ‘de boom’ niet groeit zoals ze bedoelt is. Nieuwe scheuten zet op te dunne takken…

En terwijl ik daarover mijmer, tref ik hoog in de top een klein vogelnest. Kunstig gevlochten, stevig verankerd tussen de takken. Het heeft warmte gedragen, heeft bescherming geboden. Hier zijn jonge vogeltjes groot geworden; en nu is het leeg. Verlaten. Het mag worden verwijderd. Het heeft zijn doel gediend.

Dat brengt me bij een verdieping van deze metafoor. Want tijdens het snoeien van het leven stuiten we soms op dingen die ons dierbaar waren. Herinneringen, overtuigingen, verhalen die we zorgvuldig in elkaar hebben gevlochten. Dingen die ons gediend hebben, die ons hebben beschermd, die heilig leken. Dingen die pijn doen om weg te halen. Dingen waar je je nog aan vast wilt houden, misschien wel móet houden; maar toch niet kunt bewaren als je wilt dat er ruimte komt voor iets nieuws.

Want wil je dat er nieuwe groei ontstaat, dat het licht weer bij je kan, dan moeten de oude takken weg. Dan moet zelfs het nestje, hoe waardevol ook, worden losgelaten.

Als alles gesnoeid is, staan de bomen kaal en helder in het licht. Klaar voor het winterseizoen. Klaar om te wachten. Klaar om, zodra de wereld weer opwarmt, opnieuw te bloeien.

Maar snoeien alleen is niet genoeg. Snoeien is slechts het wegsnijden van wat je niet meer nodig hebt. Daarna begint de volgende klus: het opruimen. De takken die overal verspreid liggen, waar je over kunt struikelen, die je blijven herinneren aan wat weg is; die mogen worden afgevoerd. De bladeren weggehaald. De grond geveegd. Het mag schoon worden, open, licht. Er mag ruimte worden gecreëerd. Ruimte voor een nieuw seizoen.

Zo raakte deze metafoor me, tussen het ritme van de schaar en het knisperen van bevroren gras. Hoe mooi het is dat we door seizoenen gaan. En hoe pijnlijk het soms is om te snoeien wanneer een seizoen voorbij is. Maar ook hoe noodzakelijk: om ruimte te maken, lucht en helderheid te scheppen. Zodat nieuwe groei zich kan aandienen; stil, voorzichtig, maar onvermijdelijk.